Kleine Mantelmeeuw

Kleine mantelmeeuw  (Larus fuscus)

Lengte / 52-64 centimeter

Spanwijdte / 128-148 centimeter

Gewicht / 650-1000 gram

Status / stabiel

Een Kleine mantelmeeuw is in de vroege zomer in ieder opzicht een fraaie vogel. Kleine mantelmeeuwen broeden liever op vlakker terrein dan Zilvermeeuwen, op veengrond en op vlakke eilanden. In Zuidwest-Wales nestelen ze op eilanden die begroeid zijn met klokjes en koekoesbloemen, waardoor het de mooiste zeevogelkolonies ter wereld zijn.

Foerageren

Vis vormt een belangrijk bestanddeel van hun dieet, maar Kleine mantemeeuwen jagen ’s zomers ook op kleinere zeevogels als die beschikbaar zijn. De rest van het jaar zoeken ze allerlei soorten voedsel en zijn vaak op vuilnisbelten te zien.

Broeden

Kleine mantelmeeuwen nestelen op de grond, vaak in de vegetatie, maar nestelen tegenwoordig in toenemende mate op daken. Drie eieren komen na 24-27 dagen uit. De jongen vliegen na 30-40 dagen uit.

Trek

De meeste Kleine mantelmeeuwen zijn trekvogels, maar ze blijven in toenemende mate ook ’s winters in West-Europa.

Wanneer

Gehele jaar, in Noord-Europa alleen ’s zomers.

Waar

Broedt lokaal op IJsland, langs de kusten van Scandinavië en Rusland, lokaal in Noord-Duitsland, Nederland, België, Polen en de Britse eilanden.

Advertenties