Merel

Merel  (Turdus merula)

Lengte / 24 centimeter

Spanwijdte / 34-38 centimeter

Gewicht / 80-110 gram

Status / stabiel

Weinig vogels zijn zo aanwezig op en rond plekken waar mensen leven en veel van hun tijd doorbrengen: tuinen, stadsparken, bosranden, hoge bomen en agrarische gebieden met heggen.

Foerageren

De Merel eet heel veel aardwormen en is meestal te zien als hij over een gazon hipt en schuifelt, af en toe stoppend om te kijken en te luisteren, naar voren leunt en plotseling een worm te pakken neemt en die uit de grond trekt, soms met enige moeite. Hij zoekt rumoerig voedsel in de bladerlaag, waarbij hij bladeren opzij gooit als hij zoekt naar wormen, larven en kevers. Hij eet verschillende insecten, hun larven, bessen en vruchten – de bessen vooral in het najaar – maar ook salamanders, visjes en hagedissen.

Broeden

Het nest is een diepe, dikke kom van grassen en stengels, met een voering op een binnenlaag van modder. De 3-5 eieren komen na 12-14 dagen uit. De jongen vliegen na 13 dagen, en verlaten het nest een paar dagen eerder.

Trek

Een veel geziene doortrekker langs kusten in de herfst. Noordelijke en oostelijke vogels trekken naar het zuiden en westen.

Wanneer

Gehele jaar in het grootste deel van het verspreidingsgebied: alleen ’s zomers in het noorden en oosten van Europa.

Waar

Broedt op Scandinavië (behalve het uiterste noorden) en in de rest van Europa. Vogels uit het noorden en oosten trekken in de herfst naar West-Europa en Noord-Afrika.

Advertenties