Rosse Grutto

 

Rosse grutto  (Limosa lapponica)

Lengte / 37-39 centimeter

Spanwijdte / 61-68 centimeter

Gewicht / 280-450 gram

Status / stabiel

Dit is een van de steltlopers die ’s zomers een overwegend koperrood verenkleed hebben, wanneer ze in het Arctisch gebied broeden. ’s Winters houden Rosse grutto’s van modderige delta’s, vaak gemengd in groepen met andere steltlopers zoals Tureluurs en Wulpen als ze foerageren. Ze vliegen naar hoogwaterslaapplaatsen, vaak met spectaculaire, acrobatische manoeuvres en plotseling keren en draaien als ze vanaf een grote hoogte afdalen naar de slaapplaats.

Foerageren

Rosse grutto’s foerageren zeer actief, waarbij ze hun lange gevoelige snavel gebruiken om in nat zand en zachte modder te peuren naar zeepieren, schelpdieren en kreeftachtigen. Ze draaien hun kop een beetje bij het peuren met de volle lengte van hun snavel, waarbij ze vaak met de kop ondergaan in ondiep water.

Broeden

Het nest is een kuiltje op iets verhoogde en daardoor drogere richel omgeven door moerassige grond. Het typische broedgebied is nat, turfachtig terrein dicht bij de kust, hoewel adulte vogels ook wel in bomen gaan zitten. De 3-4 eieren worden drie weken bebroed. De jongen vliegen als ze ongeveer vier weken oud zijn.

Trek

Rosse grutto’s die in Noord-Europa en Siberië broeden trekken naar de delta’s van West-Europa en daarna verder naar West-Afrika in de herfst, sommige blijven langs de kusten van de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Arabische Golf.

Wanneer

Gehele jaar; in West-Europa vooral tussen september en mei.

Advertenties